“om de Trakehner te eren”

Dubbel goud. Wereldrecords. Over de magische grens van 90%. Superlatieven als: ‘een legende is geboren’, ‘een nieuw fenomeen…’ Vochtige ogen op de tribune, emoties alom… Dat 1 pk zóveel teweeg kan brengen… Nog niet eerder denderde een paard zó de internationale dressuurwereld binnen als de 9 jarige Totilas onder Edward Gal tijdens het Europees kampioenschap 2009.
Als een wonder van elasticiteit zonder merkbare lichamelijke beperkingen danst deze acrobaat door de ring, een ieder die hem ziet in vervoering achterlatend. En dan die naam…
Die doet denken aan de grote Trakehner hengst Totilas. Toeval zeker. Nee, geen toeval, Moorlands Totilas is inderdaad door zijn fokkers vernoemd naar de beroemde Trakehner dekhengst: “Om de Trakehner te eren”. 

Wie niet bij het Europees kampioenschap in Windsor, Engeland, was eind augustus  2009, heeft iets heel bijzonders gemist: “De geboorte van een mythe, een legende” zo sprak de pers. Het was een ongelofelijke belevenis, ook als je het evenement ‘slechts’ zag via de uitzendingen van Eurosport. Een in de breedte waanzinnig hoog niveau van sport,  het ene paard nog geweldiger dan het andere en  daar boven-uit straalde dan nog eens  extra een zwarte hengst met het charisma van een Bill Clinton vermenigvuldigt met dat van Nelson Mandela en Prinses Maxima. Minimaal.
Een bliksemflits raakte de internationale paardenwereld.
(klik op onderstaande foto voor bewegende beelden van Totilas)

Na de grand prix zei hippisch spring- coryfee Nelson Pessoa met tranen in zijn ogen: “In mijn lange leven heb ik veel paarden gezien, maar nog nooit een paard wat zo kan bewegen. Hij is van buiten-aardse klasse met ongekende kwaliteiten”.

Maar ook het zwarte gummi katapultje Totilas begon zijn leven als anoniem veulentje aan de zij van zijn moeder.
Hij werd geboren in Friesland. Onder de rook van Dokkum wonen zijn fokkers Jan en Anna Schuil-Visser in een klein dorp genaamd Broeksterwoude.
Er zijn mensen die fokken met  een merrie ergens in een pensionstal. Ze wordt gedekt, draagt haar veulen uit en de geboorte vindt plaats in een speciale kliniek. Wellicht gaat het een keer mee naar een keuring, maar verder heeft de fokker er weinig bemoeienis mee. Die betaalt de rekeningen, knikt blij ja, ja, als iemand het een mooi veulen vindt. Ze verkopen hun veulen direct na het spenen en als deze het later goed doet in de sport kunnen ze zich  nog maar weinig herinneren van dat specifieke veulen. Zo fokken Jan en Anna Schuil niet.
Filosofie
Zij hebben een andere filosofie. Voor hen is het fokken van een paard er voor zorgen dat dat paard een goede jeugd krijgt met alle mogelijkheden om zich volledig en in alle rust te ontwikkelen. De jeugd van een paard duurt bij hen maar liefst zes jaar. Ze gaan er vanuit dat een jong paard zoveel tijd nodig heeft om zó op te groeien dat het een verder leven in de sport aankan. Dat betekent ook dat zij de basisopleiding van hun fokproduct op zich nemen. Zo zat Jan bijvoorbeeld ook als eerste op Totilas…
Jan: “Veel eigenaren willen vanwege de kosten zo snel mogelijk een paard laten beleren. Zo willen wij het niet. Daarom is Totilas bij voorbeeld ook niet naar de hengstenkeuring geweest. Dan had hij wellicht naar de verrichtingstest in Ermelo gemoeten en daar bemoeit iedereen zich oppervlakkig met zo’n hengst. Ze zijn er niet secuur en er is amper persoonlijk contact. Daarvoor kiezen wij uitdrukkelijk niet”.

Heel houden
Het is het allerbelangrijkste om ze heel te houden. Veel paarden worden geestelijk afgebrand. Het moet allemaal veel te snel en te geforceerd. Er moet een evenwicht zijn tussen gehoorzaamheid en zelfver-trouwen. Dat vraagt tijd en oefening. Totilas sloeg in het begin wel eens met zijn voorbeen. Dus: halt en een pasje achter-waarts als correctie. Bestraffen geeft stress op stress. Geef een opdrachtje en beloon.
Als ik met een van de paarden een probleem tegenkom, lig ik er ‘s nachts wakker van en pieker ik erover hoe ik het op moet lossen”.
 
Piekeren
Als je met het beleren van een paard begint, keren ze zich eerst in zichzelf. Hun blik verhuist van naar buiten naar binnen. Dat komt door spanning. Ze moeten weer leren om naar buiten te gaan kijken. De eerste twee, drie weken zitten ze in een soort trans. Na drie weken schrikken ze ineens van een stoeltje…  Het vraagt tijd en geduld.
Op een hengstenkeuring bij het KWPN moeten ze rond jakkeren in een zelfde rijhal waar in ze later juist rustig moeten lopen met een ruiter op hun rug. Dat is onlogisch. Er is teveel druk bij zo’n KWPN-keuring. Wij hebben een ander plaatje voor ogen. Wij willen de sport op een goede manier”.
Volksvermaak
Ze ergeren zich ook vaak aan hoe er paarden wordt omgesprongen, hoe ze worden beleert. Jan: “Er wordt hier binnenkort in de buurt tijdens een hippisch evenement een demonstratie gegeven van hoe je een paard zadelmak maakt. Het is echt niet te geloven! Een soort volksvermaak. Even in een half uurtje! Dat iemand zijn paard daarvoor leent, onbegrijpelijk. Je moet je doodschamen als je daarvoor je paard laat gebruiken”.
 
Maar ook en fenomeen wordt geen kampioen zonder trainen.

Solide basis
De basisopleiding daarvoor doen Jan en Anna helemaal zelf. “Wij willen ze lief en aardig benaderen, ze een solide basis geven waardoor ze sterk hun sportcarrière in kunnen gaan. Dat kost tijd, want tot hun zesde doen ze maar 3 x per week wat werk. Maar als ze dan zes zijn, kunnen ze echt de wereld wel aan. Zo ging dat met Totilas ook.

Doel
Ons doel is in eerste instantie de Pavo Cup (in Duitsland wedstrijden voor jonge dres-uurpaarden). Jan en Anna hebben allebei diverse paarden in het Z gereden, maar schakelen toch een beroepsruiter in als het om de presentatie van hun paarden gaat bij wedstrijden. “We vinden ons als ruiters niet goed genoeg voor de grote ring”
Pavo Cup debuut
Totilas werd bij zijn eerste optreden in de Pavo Cup te Midden Beemster in 2004 niet hoog geplaatst. Anna: “De jury wilde maar niet geloven dat hij niet getrixt was en gewoon van nature zijn benen zo hoog optrekt. Ze straften hem daarvoor af. Ze bleven maar zeggen dat de amazone de teugels lang moest laten, dat de hengst opgeklopt liep enzovoort, maar Totilas loopt nu eenmaal zo. Dat deed hij namelijk als pasgeboren veulen al. Hij liep echt óver het stro, niet erdoor. Dat was vanaf dag één al zo opmerkelijk.
Hij was een apart veulen. Zijn eerste aanraking door mensen vond hij heel eng. Hij heeft een heel speciaal karakter”.
Beste Nederlandse paard
Totilas mocht uiteindelijk in 2005 toch naar het WK voor jonge paarden in Verden. Hij werd er 4e en het beste Nederlandse paard. Daarna kwam Totilas in training bij Edward Gal. Edward had zijn eerst bedenkingen omdat hij zoveel kracht voelde en “Wat als die kracht explodeert?” Maar Totilas explodeert gewoon niet, zo zit hij niet in elkaar. Hij is echt dé verwezenlijking van dé fokkersdroom: Hij is als atleet geweldig en heeft als sportpaard alles wat je je maar wensen kunt. Hij heeft een gouden karakter en is nog zwart ook. Hij is lief, energiek, niet kwalijknemend, heel goed te controleren en zeer op mensen gericht. Beter kán het gewoon niet”.
 
Daar is Anna het niet helemaal mee eens. De volle zus van Totilas, Uusminka, is iets jonger en volgens haar zeker evenveel, zo niet nóg meer getalenteerd. Ze is nog in het bezit van het echtpaar Schuil en wordt ook door Edward Gal opgeleid. Ze is nu zo langzamerhand toe aan de lichte tour. Dat de dressuurwereld nog geen kennis met haar gemaakt heeft, komt omdat Edward niet onder de Prix St. Georges start.
Anna: “Uusminka is ook zo talentvol. Het zal nog moeilijk worden om te kiezen wie de beste is. Wie weet is straks alleen de kleur – Uusminka is bruin- het verschil!”
Kiezen voor de sport
Hoewel Jan en Anna Schuil echt gepas-sioneerde fokkers zijn, hebben ze toch niet overwogen om eerst een veulen uit Uus-minka te fokken. Jan: “Er is altijd een risico dat het veulenen blessures geeft. En wij kiezen voor de sport”. Die sportcarrière is verzekerd doordat Uusminka ook naar Edward Gal ging net als Totilas.

Het begin
Dertig jaar is Jan als veterinair werkzaam. De eerste 12 jaar doet hij het algemene werk, “Van koe tot goudvis”, de laatste 18 is hij gespecialiseerd als paardenarts.
Hij maakt de grote ommezwaai mee. Via de padhengst tot de internationale kunstmatige inseminatie. De cem-perikelen. Dekhengsten die in een donkere stal gehouden werden om er alleen brullend uit te mogen komen voor een dekking tot en met de huidige tijd waarin een hengst zonder grote sportprestaties als dekhengst amper meer aan de bak komt. Een ommezwaai van 180˚. Jan: “Die cem-problematiek is destijds behoorlijk overdreven om de ki door te drukken. Het was nogal wat voor de hengstenhouders van toen. Ferme boeren met grote handen die die grote, opgewonden dieren in bedwang moesten houden met veel stoerheid. Ineens moesten die zelfde grote, grove handen aan de gang met buisjes en pipetjes in een laboratorium. Dat lukte niet zo één, twee, drie. Smakelijk vertelt hij hoe het de  plaatselijke meubelmaker wèl goed af ging. Die had en goed ontwikkelde fijne motoriek, want die was gewend aan het werken met schroefjes en moertjes… Zo veranderde de hengstenhouderij wel heel drastisch. En Jan heeft heel wat meer mooie verhalen over de dekkerij gedurende de jaren…

Dekhengst
Sinds 2006 zijn Kees en Tosca Visser van de Moorland Stables eigenaren van Totilas. Ze zijn helemaal gek met de hengst en is hij niet te koop, wat de gek er ook voor biedt. Edward heeft verder de garantie gekregen dat hij  Totilas in ieder geval tot en  met de olympische spelen van 2012 in Londen kan blijven rijden. Uiteraard is er inmiddels ook veel vraag naar Totilas als dekhengst en het KWPN keurde hem tijdens het EK voor de dekkerij goed. Maar voorlopig staat zijn sportcarrière voorop. Het is niet altijd goed te combineren, sport en de dekkerij en Edward liet weten dat het nog even zal duren voordat er kleine Totilasjes in de weides dartelen. Jan en Anna Schuil zullen zeker een merrie voor Totilas hebben als het zover is. Uiteraard…

Maximaal 2 veulens
Ze hebben vier merries waarmee ze fokken, maar zorgen ervoor dat er per jaar niet meer dan twee veulens komen. Die veulens groeien op bij hen thuis en in weides in de buurt in Friesland. Als ze 2,5 zijn begint Jan heel rustig en vriendelijk met het zadelmak maken. Dat is een cruciale periode, waarin we een beetje werken volgens het join up principe van Monty Roberts. Er komt geen haast of forceren te pas. Jan: “Het is de bedoeling dat ze niet bokken of zweten. Zweten is een teken van spanning. Als een paard bokt of zweet tijdens dit proces doe ík iets verkeerd, bij wijze van spreken”.

Tot zijn zesde
Ze worden om de dag een half uurtje gereden. Ook Totilas is tot zijn zesde bij zijn fokkers thuis geweest. Is door hen aangereden, opgeleid, verzorgt en begeleidt. Als Jan en Anna Schuil tijdens het EK dressuur in Windsor, Engeland, op de tribune zitten en hun ‘kind’ kampioen zien worden, hebben ze daartoe heel, heel veel wezenlijks bijgedragen. Het Wilhelmus klinkt echt ook voor hen.schuil_dwdd

Dezelfde passie
Het heeft allemaal met de wijze van benaderen te maken van dit zeer paard-bewogen echtpaard. Beide geboren Frie-zen, zij uit Holwert, hij uit Harlingen, ont-moetten ze  elkaar  via zijn werk als die-renarts.  Anna: “Ik had een ziek veulen, waarvoor ik van Jan wat advies kreeg. Het klikte meteen, want we delen dezelfde passie en we gingen al snel samen de boer op. In ’92 zijn we getrouwd”.
Hoe kwamen Jan en Anna in de paarden? Anna: “Van huis uit hadden we niks met paarden, maar je weet hoe het gaat. Hier en daar wat pony rijden bij een boer en voor je het weet zit je er in”.
Jan liep als jongen mee met een boer, gefascineerd als hij was door alles op het boerenerf. Ik wilde als jongentje al dierenarts worden. Of boer. Maar helaas had ik geen vader met een boerenbedrijf om over te nemen, dus werd het dierenarts.

Liefde voor de Trakehner
Zijn vader was beroepsmilitair en kwam gelegen in Soesterberg. Daar in de buurt zat Bas de Vries die zich met rijden en fokken bezig hield. Altijd al geïnteresseerd in de fokkerij kwam Jan daar dikwijls over huis. De Vries gebuikte de Trakehner hengst Jagermeester (Duitse naam: Idool). Later kwam, door Van Tuyll, Idool ter dekking bij Van Maanen in Terschuur. Zo kwam Jan  in aanraking met de Trakehner en een levenslange liefde was geboren. Want hoewel de Schuil’s binnen het KWPN fokken, ligt hun hart bij de Trakehner.
Doppelte Elchschaufel
Boven de ingang van hun rijhal hangt dan ook, levensgroot, een “Doppelte Elch-schaufel”. En er hangt een kleinere boven de loods naast de buitenstallen.
Sinds 1991, toen Kennedy kampioen werd,  zijn Jan en Anna ook ieder jaar in Neumünster voor de hengstenkeuring. “Onze vakantie”. Ook staan de hengstenshow te Münster-Handorf en het Bundesturnier in Hannover vast in hun agenda. Jan: “Ik heb dit jaar erg genoten van de fokmerrieshow. Wat een schitterende merries liepen daar”. Anna”: “Ik heb ze niet gezien, ik stond bij de rijpaarden te kijken…” De diversiteit van ’Hannover’ in kort bestek.
Jan: “Als je over het terrein van het Bundesturnier loopt in Hannover, zie je zóveel kwaliteit. En dat binnen zo’n klein stamboek. Je ziet binnen het paarden-bestand van de Trakehner fokkerij zowel lichte als zwaardere types. Je kunt echt alle kanten op. Het is ook een makkelijk te volgen stamboek. Het KWPN is inmiddels veel te groot geworden volgens ons. Hoe kan een inspecteur nu overzicht houden over zo’n groot bestand aan paarden? Ze zouden het weer moeten opsplitsten in een noord en zuid Nederlands stamboek, min of meer zoals vroeger”.
Relatie met het KWPN
De relatie van het echtpaar met het KWPN is niet bepaald stralend te noemen. Ze vinden het stamboek te groot en zijn niet erg blij met de wijze waarop het geleid wordt. Maar: “We hebben haast geen keus. We ergeren ons aan veel dingen binnen het KWPN en vooral aan de arrogantie die ze tentoonspreid.
Ergernis
Het is het echtpaar ook een doorn in het oog dat alle fokkerseer naar één stamboek gaat. De internationale WBFSH ranking registreert b.v. de Gribaldi-zonen  Painted Black en Totilas als KWPN’ ers.  Jan: “Van de punten die een sportpaard krijgt zou de helft naar het stamboek van de moeder en de helft naar het stamboek van de vader moeten gaan. Nu gaan alle credits naar het KWPN en krijgt de Trakehner niets.  Internationaal gezien staan de Lusitano en de Andalusiër boven de Trakehner. Dat klopt gewoon niet. Trakehners leveren internationaal zoveel goede sportpaarden en krijgen niet de waardering die ze verdienen.
Veredelaar
We fokken nu al jaren met Trakehners op onze fokmerries. We gebruiken graag Trakehner hengsten om te veredelen. Trakehners zijn zulke fijne paarden. Wij willen beslist geen Frans bloed. Voor we gingen fokken zijn we allerlei hengstenkeuringen af geweest. Ook in Duitsland. Bij de Trakehners vonden we wat we zochten. De kwaliteit, de sfeer, hoe er met de paarden omgegaan wordt…
De eerste twee veulens van Lominka waren van Balzflug en Partout. De Balzflug was wat te bloederig en de Partout kon wat meer bloed hebben. Toch was de Balzflug met 5 jaar al Z-dressuur en de Partout met 7 jaar al een succesvol prix St. Georges-paard… Pas met Gribaldi op Lominka waren we 100% tevreden. Dat pást gewoon. Het was eerst ook voor ons wat zoeken, hoor.
 
Alleen nog Trakehner hengsten 
Tegenwoordig gebruiken we eigenlijk uit-sluiend Trakehner hengsten. Inmiddels al 20 keer. Vorig jaar hadden we veulens van Axis en Gribaldi, dit jaar van Hirtentanz en Gribaldi en nu zijn de merries drachtig van Silvermoon en Gribaldi.

Rijden is het ontwikkelen van ‘gevoel’. Je voelt de sfeer bij bepaalde ruiters en soms zíe je het ook. Het paard is de spiegel van de ruiter. De uitdrukking van de ruiter is de uitdrukking van het paard. Knip maar eens het hoof  af van een foto van een combinatie  en dikwijls kun je zien aan het paard wie er op zit.  Kijk maar naar een Patrick Kittel. Dat is een lefgozer en dat straalt  zijn paard Scandic ook uit!

Gribaldi en Lominka
De combinatie van Gribaldi met onze Lominka is natuurlijk een uitzonderlijke. Dat hoeft niet meer anders, dat past wel zó. We hebben deze combinatie inmiddels zes maal gemaakt. Totilas is nu 9, Uusminka 8. We hebben Lominka na deze twee eerst een paar jaar in de sport gehad, waar ze Z dressuur is geworden. Daarna ging ze weer de fokkerij in. We hebben nu verder van haar en Gribaldi: de driejarige Bussard waar Jan nu mee aan het werk is, de tweejarige Creon, de jaarling Danzig en ze is weer drachtig van Gribaldi.  Alles volle broer of zus van Totilas dus. Wie een beetje thuis is in de Trakehnerfokkerij herkent de namen Bussard, Creon en Totilas. De Schuils’ vernoemen graag hun hengstveulens naar beroemde Trakehners van weleer.

Om de Trakehner te eren
Zo kwam ook Totilas aan zijn naam. ”Jan: “We aarzelden er eerst over. Het moest met een T beginnen en we vonden Totilas zo’n  mooie naam, maar om je veulen naar zo’n grote hengst te vernoemen… maar al gauw durfden we het aan, want direct na de geboorte  zagen wel al wel dat onze Totilas inderdaad van aparte kwaliteit was.
We gebruiken graag Trakehner namen om de Trakehner te eren en gelukkig heeft Totilas het inmiddels waar gemaakt.

Niet kritiekloos
De Schuils zijn gepassioneerde fokkers die met veel kennis en passie de fokkerij volgen. Hoewel hun hart bij de Trakehner ligt, zijn ze niet kritiekloos. De Schuils: “Het stamboek is zo bang voor de steek-gang dat ze af en toe overcompenseren”. Ook de langbenigheid hype van vandaag de dag wordt kritisch beschouwd door die-renarts Jan Schuil: “Een lang voorbeen hoort dikwijls bij een ondiep paard met weinig borstkas. Waarom is normaal niet goed genoeg? Weinig borstkas betekent  ook weinig ruimte voor hart en longen. Er is onderzoek gedaan op de loopband en de afdruk van het voorbeen is net zo belang-rijk als de afdruk van het achterbeen. Goed bewegen is net zo goed voor als achter. Dat de motor achter zit is onzin. Het gaat om het evenwicht over alle vier de benen.
Ook kritisch is veterinair Jan op de waarde die aan röntgenfoto’s wordt toegekend. “Het is totaal doorgeschoten. Af en toe is het je reinste oplichterij. Er is amper  onderzocht welke relatie er nu eigenlijk bestaat tussen bepaalde röntgenbeelden en bepaalde kreupelheden. Meestal komt kreupelheid voort uit problemen aan de pezen en deze zijn op een röntgenfoto niet te zien!!
Ook cornage is niet simpel af te doen met ‘het is erfelijk’. Het kan bijvoorbeeld ook door een virusinfectie worden veroorzaakt. Er wordt dikwijls veel te veel waarde aan dit soort zaken gehecht waardoor goede, waardevolle genen weg gegooid worden. Gelukkig wordt een hengst in Duitsland niet meteen afgekeurd op grond van alleen de röntgenfoto’s zoals in Nederland.
Elsa en Lominka
De basis van hun fokkerij is Elsa (Akteur x Pericles xx), de grootmoeder van Totilas.  Ze hoort tot de Freiminka stam, een oude Oldenburger-stam waaruit zeer goed te rijden paarden voort komen. De vader en grootvader van moederskant van Albert Zoers Okidokie komen bijvoorbeeld ook uit deze stam. Elsa is inmiddels 23 en heeft dit jaar een veulen van Hirtentanz bij voet. Van Glendale bracht Elsa Lominka, de moe-der van Totilas.
Lominka is een middelgrote merrie van 1.63 en op het eerste gezicht helemaal niet zo opvallend. Donkerbruin, goed gepro-portioneerd met front, vier solide benen, veel diepte en een brede borst met veel ruimte voor hart en longen. Echt modern is ze niet eens. Maar fokken dat ze doet! Het zit in de genen van haar stam.
Naast de vijf kinderen van Gribaldi uit Lominka -de zesde is op komst-  is er een vierjarige van Gribaldi  uit Elsa. Amagun heet deze ruin die volgend jaar naar de Pavo Cup gaat.


Gaan voor je paarden

Dan is er nog de driejarige Bellie van Partout uit een Gribaldi x Rinaldo (x Joost-Abgar xx- Pericles xx- Sinaeda om volledig te zijn ) Ze is nu drachtig van Silvermoon en dat is een cadeautje. Het is werkelijk een wonder dat ze überhaupt nog leeft. Als tweejarige raakte ze zeer ernstig gewond  aan het kroongewricht van haar linker voorbeen en was het een gevecht om haar te behouden. Jan: “Het was dat ik in haar ogen zag dat ze  nog  wilde, dat ze die oer-kracht had, want anders… Het is een pittige tante,  de baas in de kudde en door haar levenskracht heeft ze het gevecht met haar verwonding aan gekund. Ze was brood en broodmager door de stress en de pijn. We voerden haar kuil in een kruiwagen zodat ze niet hoefde te bukken, want lopen kon ze gewoon niet. Het heeft drie maanden geduurd voor ze er weer iets op dat been stond. Ze is ons door dit alles natuurlijk wel extra dierbaar”.
Gelukkig gaat het nu geweldig goed, al is het been nog steeds lelijk dik. Ze staat er op en loopt er goed op en is drachtig. Een groot compliment aan haar fokkers en eigenaren die nooit opgaven en er alles aan gedaan hebben wat maar kon.

 
Premie merrie Karenina (v. Buddenbrock)

100% Trakehner
En nu staat er dan sinds 2005 een 100 % Trakehner merrie in hun stal. Jan en Anna Schuil zagen haar als tweejarige in Neumünster. Hoewel ze van te voren niet het plan hadden een merrie  te kopen, ging de zwartbruine mee naar huis:  Karenina V v. Buddenbrock uit Karmen IV v. Fontainbleau en  Kavalkade III v. Polargeist  x Schwarzwalder. Familie der Kassandra T7A1, Gestüt Webelsgrund. Gefokt door Hartmut Sylla uit Burgwedel.

Karenina werd als driejarige premiemerrie in Kerken. Ze heeft in 2009 een zeer aansprekende zoon van Gribaldi bij voet die meteen derde werd tijdens het TCN kampioenschap bij de hengstveulens. Karenina is op dit moment niet dragend, want ze gaat voorlopig  een aantal jaar de sport in. Wie haar gaat opleiden is nu nog niet bekend maar  Jan en Anna  Schuil zoeken zeer zorgvuldig naar een bij het paard  passende ruiter. Met het paard als leidraad, zoals ze dat steeds doen. Dat hun zienswijze al zoveel succes heeft opgeleverd in het fenomeen Totilas is niemand meer te gunnen dan dit sympathieke echtpaard dat zo gáát voor hun paarden.
Heleen Cramer

De ultieme fokkersdroom is in Totilas al uitgekomen. Er is geen droom meer, of toch…
Anna: “ Het zou geweldig zijn als we een hele equipe zouden kunnen samenstellen met onze paarden. Edward op Totilas en ja, normaal rijdt hij Uusminka natuurlijk ook, maar dan moet daar voor de gelegenheid Hans-Peter Minderhout maar op en dan Ramon (v. Partout) onder Steffan Peters en…” de heerlijke fantasie eindigt in een uitbundig gelach!

© sjoert.com voor de foto's van Totilas en Uusminka.
Andere beelden privé archief  HC

15 juli aanstaande, de TCN Stamboekdag

logotcn Zondag gaan we in Woudenberg op Mange Groenewoude onze jaarlijkse Stamboekopnamedag houden. We starten om 11:00 uur in de binnenbaan met beoordelen van de jonge merries en zullen daarna de veulens van deze jaargang aan u voorstellen. Parkeren en entree is helemaal gratis! We zouden het erg leuk vinden als u ook komt! Voor vragen kunt u als altijd bij ons terecht. Bel of mail. info@trakehnercontact.nl

Trakehners zijn gewoon heel bijzonder!