Buitenrit

De trouwe lezers van deze rubriek, waarin de wonderbaarlijke avonturen worden verteld van een wakkere topjockey in spé, zullen de afgelopen maanden hun hart hebben vastgehouden, ja mogelijk zelfs geen oog dicht hebben gedaan, want werden zij niet allen gekweld door de prangende vraag: blijft onze held hoog te paard? Om de spanning tot het maximale op te voeren wordt het antwoord tot het laatst toe bewaard.

Op een zaterdagochtend is het zover. Zijn  dochter had hem al weken de kop gek gezeurd, zag het als ultiem doel haar vader door de  eeuwig zingende bossen te loodsen en uiteindelijk staakte hij zijn halfhartig verzet (‘een, twee drie, in godsnaam’). Nagestaard door een bezorgd kijkende vriendin en nagehinnikt door een paar  verongelijkte merrieveulens zet de karavaan zich in  beweging. Bij de eerste de beste kruising gaat het mis: drie beurten overslaan. De Trakhener van dochterlief  een eigenwijze donder  weigert de kruising over te steken, slaat linksaf, richting Oost-Pruisen, waardoor het aanstormende autoverkeer krachtig op de rem moet trappen om verder onheil te voorkomen. Onze held tovert een schaapachtige glimlach tevoorschijn, maakt een gebaar alsof hij er ook niets aan kan doen, maar slaagt er wonderwel in de overkant te bereiken. Pfff….

Over oude smokkelaarspaden gaat het richting Duitsland. Vriendinlief staat met haar auto als een Cerberus bij de eerste controlepost en vereeuwigt het tafereel voor het nageslacht. Opdat men niet vergete….

Bjj de eerste berg van de tweede categorie  het Montferland heeft een hoog stijgingspercentage  draait dochter zich om en roept: ‘En nu in draf’. De merries zetten het op een lopen. De jockey herinnert zich de wijze lessen van zijn instructeur (hakken uitdrukken, buik in, rug recht, niet voorover hellen) maar tussen herinnering en praktijk gaapt een  gigantische kloof. Het schoeisel schiet  onmiddellijk door de stijgbeugels, hij probeert krampachtig in het ritme van het dansende paard mee te gaan maar zijn bewegingen zijn zo houterig dat het tafereel veel weg heeft van een slechte B-film. Toch is er ook iets positiefs, het paard blijft draven, bang om het contact met de leider te verliezen. Honderd,  tweehonderd, driehonderd meter, onze held raakt buiten zinnen en even later buiten adem. Dochter hoort het gehijg achter zich en schakelt over op een lagere versnelling. Hoewel  houding, rijstijl en conditie ver beneden NAP zijn, begint er toch iets van hoop te gloren. Onze held krijgt in de gaten dat hij veel te veel en te grote bewegingen maakt. Klein rijden luidt het parool, is ook minder vermoeiend Hij kijkt monter om zich heen, ziet allerlei trimmers en  mountainbikers op zich afkomen maar die hebben geen oog voor het paardenvolk. ‘Dat zijn geen echte sportmensen’, hoor je ze  denken.

Dan komt er een ruiter aan. Of ze wel eens van ruiterpaden gehoord hebben, luidt de vraag. Ergens ver weg begint de klok te luiden. De boodschap is duidelijk, maar in geen velden of wegen zijn ruiterpaden te bekennen. Ze halen de schouders op en laten de boos kijkende man achter zich.

Zijn wraak is zoet, want vijf minuten later  worden de twee staande gehouden (waar die mobieltjes al niet goed voor zijn) door een in stemmig bronsgroen uitgedoste man: Ko de boswachter. Hu, peerd. Al is die niet de baas van het Montferland, toch heeft hij ontegenzeggelijk meer te vertellen dan zijn voorganger, dus een behoedzame opstelling is vereist. Van de domme houden wil ook wel eens helpen. ‘Ja, ja, ruiterpaden, stom, dat we daar niet aan gedacht hebben. Een penning? Net als bij honden? Nooit geweten. Kosten ze acht euro? Daar hoef je geen armoe voor te lijden. Komt in orde, zal niet meer gebeuren, bla, bla…  

De paarden worden onrustig, ze staan al vijf minuten surplace. Dan, bijna stamelend: ‘Boswachter, dit is mijn eerste buitenrit, ik weet niet of mijn paard allergisch is voor uniformen, dus als hij straks gekke bokkensprongen gaat maken kan ik geen goede afloop garanderen’. De ambtenaar kiest eieren voor zijn geld, stapt weer in zijn Bosrover en kijkt ons vorsend na.   Grinnikend  ondeugend zijn blijft leuk – bereiken ze een ruiterpad. Het verschil met een gewoon bospad is voor het oog niet waarneembaar, maar goed, er staat een bordje bij, dus het zal wel kloppen. Met een trotse schittering in de ogen en hoog te paard stapvoets de jockey met zijn dochter richting thuisbasis. Hij ligt op koers voor Athene 2004. Maar belangrijker: weer een overwinning op zichzelf geboekt. Geen smadelijke val (de lezers kunnen opgelucht ademhalen), een paar keer vol in werkmansdraf en nog een leuk intermezzo ook, dan heb je hem verdiend.

En, een bekend geestelijk leider citerend:   ‘Het is volbracht’.                               Henk Waninge

trakehner Contact Nederland

lss2019

Wilt u ook nieuws over TCN ontvangen in uw mailbox? Laat het ons weten dan blijft u van alles op de hoogte!

Vragen? U kunt als altijd bij ons terecht. Gebruik dit mailadres: info@trakehnercontact.nl

Trakehners zijn gewoon heel bijzonder!